CO129-160 - Public Offices - 1872 — Page 297

CO129 Colonial Office Hong Kong Records 理藩院香港檔案 All AI Reviewed

4. If he consents to contract a new engagement, he will be entitled to a bounty, and will retain his right to a return passage at the expiration of such second engagement.

5. Any immigrant who has completed his engagement in the Dutch Colony shall be at liberty, instead of either remaining in the Colony or returning to India, to remove to any other Colony or Country at his own expense,

The right of the immigrant to a return-passage extends to his wife, and to his children who quitted India under the age of ten years, as well as to those born in the Colony.

ARTICLE X.

The immigrant shall not be bound to work more than six days in seven, nor more than nine hours and a half a day.

The conditions of task-work, and every other kind of regulation for work, shall be freely arranged with the labourer. The obligation to provide, on holidays, for the care of animals and the necessities of daily life, shall not be considered as work.

ARTICLE XI.

The arrangements which precede the departure of the emigrants shall be conformable to those prescribed by the Regulations for the British Colonies.

ARTICLE XII.

In the ports of embarkation, the emigrants shall be at liberty, conforming to the regulations of police relative to such establishments, to leave the depôts, or other place in which they may be lodged, in order to communicate with the British Agents, who, on their part, may, at any reasonable hour, visit the places in which the emigrants are collected or lodged.

ARTICLE XIII.

Emigrants may leave India for the Colony of Surinam at any time of the year in vessels using steam-power; but by sailing-vessels only from the 1st of August to the 15th of March.

Every emigrant sailing from India between the 1st of March and the 15th of September shall receive at least one double blanket over and above the clothing usually allowed to him, and may make use of it so long as the vessel is outside of the tropics.

ARTICLE XIV.

Every emigrant-vessel must carry a European surgeon and an interpreter.

The captains of emigrant-vessels shall be bound to take charge of any despatch which may be delivered to them by the British Agent at the port of embarkation for the British Consular Agent at the port of destination, and to deliver it to the Colonial Government immediately after his arrival.

ARTICLE XV.

In every vessel employed for the conveyance of emigrants from the ports of Calcutta, Madras, and Bombay, or any other ports in British India which shall hereafter be appointed by the Government of India for the embarkation of emigrants, the emigrants shall occupy either between decks, or in cabins on the upper deck, firmly secured and entirely covered in, a space devoted to their exclusive use. Such cabins and space between decks shall in every part have a height of not less than six (6) feet English measure.

No compartment shall take more than one adult emigrant for every twelve (12) superficial feet, English measure, on deck, and for every cubic space of seventy-two (72) feet English measure.

An emigrant above the age of ten years shall count as an adult, and two children from one to ten years of age shall count as one adult.

A distinct and separate place shall be fitted up for a hospital in every emigrant ship.

Women and children shall occupy compartments of the vessel distinct and separate from those of the single men.

ARTICLE XVI.

Each shipment of emigrants shall include a proportion of women equal to at least one half of the number of men. Should the proportion fixed for the British Colonies be hereafter raised above one half, the same rate shall apply to the Netherland Colony.

ARTICLE XVII.

The British Agents, at the embarkation, shall have, at all reasonable times, the right of access to every part of the ships which is appropriated to the use of emigrants.

[49]

Page 295

4. Indien hij genegen is tot het aangaan van eene nieuwe verbindtenis, heeft hij regt op eene premie en behoudt hij het regt op vrije terugreis na den afloop dezer tweede verbindtenis.

5. Aan ieder immigrant, die zijn diensttijd in de Nederlandsche Kolonie zal volbragt hebben, zal het vrijstaan in plaats van hetzij in de Kolonie te blijven, hetzij naar Indie terugtekeeren, op zijne eigene kosten zich naar eene andere Kolonie of een ander land te begeven.

Het regt van vrije terugreis van den immigrant strekt zich uit tot zijne vrouw, tot zijne kinderen, die Indie verlaten zullen hebben beneden de 10 jaren, en tot die, welke in de Kolonie zullen geboren zijn.

ARTIKEL X.

De immigranten zullen niet verpligt kunnen worden meer te werken dan zes dagen van de zeven, en meer dan negen en een half uur per dag.

De voorwaarden van het werken op taak en elke andere soort van regeling, het werk betreffende, zullen vrijelijk met den werkman geregeld worden. De verpligting om, op feestdagen, zorg te dragen voor de verpleging van dieren en de behoeften van het dagelijksch leven, zal niet als arbeid beschouwd worden.

ARTIKEL XI.

De schikkingen, die het vertrek van de emigranten voorafgaan, zullen gelijk zijn aan die, welke door de bepalingen voor de Britsche kolonien zijn voorgeschreven.

ARTIKEL XII.

In de havens van inscheping zullen de emigranten de vrijheid hebben, met inachtneming der politie-verordeningen op zulke inrigtingen, de depôts of elke andere plaats, waar zij mogten zijn gehuisvest, te verlaten, ten einde zich met de Britsche agenten in gemeenschap te kunnen stellen, welke op hunne beurt, op elk redelijk uur, de plaatsen, waar de emigranten opgenomen of gehuisvest zijn, kunnen bezoeken.

ARTIKEL XIII.

Emigranten mogen in elk jaargetijde, met schepen van stoomvermogen voorzien, uit Indie naar de kolonie Suriname vertrekken, maar met zeilschepen alleen van 1 Augustus tot 15 Maart.

Elke emigrant tusschen 1 Maart en 15 September uit Indie vertrekkende, zal boven en behalve de hem gewoonlijk verstrekte kleeding, ten minste ééne dubbele deken bekomen, en hij zal daarvan gebruik kunnen maken, zoo lang het schip zich buiten de keerkringen bevindt.

ARTIKEL XIV.

Elk schip, dat emigranten vervoert, moet een Europeschen heelkundige en een tolk aan boord hebben.

De gezagvoerders van schepen, die emigranten vervoeren, zullen verpligt zijn zich met elk pakket, dat hun door den Britschen agent in de haven van inscheping voor den Britschen Consulairen agent in de haven van bestemming wordt ter hand gesteld, te belasten, om het terstond bij aankomst bij het koloniale Bestuur af te geven.

ARTIKEL XV.

Op elk schip bestemd voor het vervoer van emigranten uit de havens van Calcutta, Madras en Bombay, of eenige andere havens in Britsch Indie, die later door de Regering van Indie zullen aangewezen worden voor de inscheping van emigranten, zullen de emigranten, hetzij tusschendeks, hetzij bovendeks, in stevig bevestigde, geheel overdekte kajuiten, eene ruimte bezitten uitsluitend voor hun gebruik bestemd. Kajuiten en ruimte tusschendeks zullen op de geheele oppervlakte eene hoogte hebben van niet minder dan zes (6) voet, Engelsche maat.

Geen vak zal meer dan één volwassen emigrant mogen bevatten op elke twaalf (12) voet, Engelsche maat, oppervlakte, op dek, en op elke kubieke ruimte van twee en zeventig (72) voet, Engelsche maat.

Een emigrant boven den leeftijd van tien jaar zal voor een volwassene gerekend worden, en twee kinderen, tusschen één en tien jaar oud, zullen voor één volwassene gerekend worden.

Op elk schip, dat emigranten vervoert, zal eene bepaalde en afgezonderde ruimte tot hospitaal worden ingerigt.

Vrouwen en kinderen zullen op het schip vakken bezetten verschillend en afgezonderd van die voor de eenloopende gezellen.

ARTIKEL XVI.

Bij elke verscheping van emigranten zal het getal vrouwen minstens de helft bedragen van het getal mannen. Mogt later de verhouding voor de Britsche kolonien vastgesteld worden verhoogd tot boven de helft, zoo zal dezelfde maatstaf toepasselijk zijn op de Nederlandsche kolonie.

ARTIKEL XVII.

De Britsche agent zal bij de inscheping, op alle redelijke uren, het regt hebben om toegelaten te worden tot elk gedeelte van de schepen, hetwelk voor het gebruik van emigranten is ingerigt.

C

Page 296

Page 295

Page 295

Page 296

Page 296

Page 296

Edit History

2026-05-20 22:07:12 · NVIDIA / meta/llama-4-maverick-17b-128e-instruct
Live
View comparison
AI Proofread
4. If he consents to contract a new engagement, he will be entitled to a bounty, and will retain his right to a return passage at the expiration of such second engagement. 5. Any immigrant who has completed his engagement in the Dutch Colony shall be at liberty, instead of either remaining in the Colony or returning to India, to remove to any other Colony or Country at his own expense, The right of the immigrant to a return-passage extends to his wife, and to his children who quitted India under the age of ten years, as well as to those born in the Colony. ARTICLE X. The immigrant shall not be bound to work more than six days in seven, nor more than nine hours and a half a day. The conditions of task-work, and every other kind of regulation for work, shall be freely arranged with the labourer. The obligation to provide, on holidays, for the care of animals and the necessities of daily life, shall not be considered as work. ARTICLE XI. The arrangements which precede the departure of the emigrants shall be conformable to those prescribed by the Regulations for the British Colonies. ARTICLE XII. In the ports of embarkation, the emigrants shall be at liberty, conforming to the regulations of police relative to such establishments, to leave the depôts, or other place in which they may be lodged, in order to communicate with the British Agents, who, on their part, may, at any reasonable hour, visit the places in which the emigrants are collected or lodged. ARTICLE XIII. Emigrants may leave India for the Colony of Surinam at any time of the year in vessels using steam-power; but by sailing-vessels only from the 1st of August to the 15th of March. Every emigrant sailing from India between the 1st of March and the 15th of September shall receive at least one double blanket over and above the clothing usually allowed to him, and may make use of it so long as the vessel is outside of the tropics. ARTICLE XIV. Every emigrant-vessel must carry a European surgeon and an interpreter. The captains of emigrant-vessels shall be bound to take charge of any despatch which may be delivered to them by the British Agent at the port of embarkation for the British Consular Agent at the port of destination, and to deliver it to the Colonial Government immediately after his arrival. ARTICLE XV. In every vessel employed for the conveyance of emigrants from the ports of Calcutta, Madras, and Bombay, or any other ports in British India which shall hereafter be appointed by the Government of India for the embarkation of emigrants, the emigrants shall occupy either between decks, or in cabins on the upper deck, firmly secured and entirely covered in, a space devoted to their exclusive use. Such cabins and space between decks shall in every part have a height of not less than six (6) feet English measure. No compartment shall take more than one adult emigrant for every twelve (12) superficial feet, English measure, on deck, and for every cubic space of seventy-two (72) feet English measure. An emigrant above the age of ten years shall count as an adult, and two children from one to ten years of age shall count as one adult. A distinct and separate place shall be fitted up for a hospital in every emigrant ship. Women and children shall occupy compartments of the vessel distinct and separate from those of the single men. ARTICLE XVI. Each shipment of emigrants shall include a proportion of women equal to at least one half of the number of men. Should the proportion fixed for the British Colonies be hereafter raised above one half, the same rate shall apply to the Netherland Colony. ARTICLE XVII. The British Agents, at the embarkation, shall have, at all reasonable times, the right of access to every part of the ships which is appropriated to the use of emigrants. [49] Page 295 4. Indien hij genegen is tot het aangaan van eene nieuwe verbindtenis, heeft hij regt op eene premie en behoudt hij het regt op vrije terugreis na den afloop dezer tweede verbindtenis. 5. Aan ieder immigrant, die zijn diensttijd in de Nederlandsche Kolonie zal volbragt hebben, zal het vrijstaan in plaats van hetzij in de Kolonie te blijven, hetzij naar Indie terugtekeeren, op zijne eigene kosten zich naar eene andere Kolonie of een ander land te begeven. Het regt van vrije terugreis van den immigrant strekt zich uit tot zijne vrouw, tot zijne kinderen, die Indie verlaten zullen hebben beneden de 10 jaren, en tot die, welke in de Kolonie zullen geboren zijn. ARTIKEL X. De immigranten zullen niet verpligt kunnen worden meer te werken dan zes dagen van de zeven, en meer dan negen en een half uur per dag. De voorwaarden van het werken op taak en elke andere soort van regeling, het werk betreffende, zullen vrijelijk met den werkman geregeld worden. De verpligting om, op feestdagen, zorg te dragen voor de verpleging van dieren en de behoeften van het dagelijksch leven, zal niet als arbeid beschouwd worden. ARTIKEL XI. De schikkingen, die het vertrek van de emigranten voorafgaan, zullen gelijk zijn aan die, welke door de bepalingen voor de Britsche kolonien zijn voorgeschreven. ARTIKEL XII. In de havens van inscheping zullen de emigranten de vrijheid hebben, met inachtneming der politie-verordeningen op zulke inrigtingen, de depôts of elke andere plaats, waar zij mogten zijn gehuisvest, te verlaten, ten einde zich met de Britsche agenten in gemeenschap te kunnen stellen, welke op hunne beurt, op elk redelijk uur, de plaatsen, waar de emigranten opgenomen of gehuisvest zijn, kunnen bezoeken. ARTIKEL XIII. Emigranten mogen in elk jaargetijde, met schepen van stoomvermogen voorzien, uit Indie naar de kolonie Suriname vertrekken, maar met zeilschepen alleen van 1 Augustus tot 15 Maart. Elke emigrant tusschen 1 Maart en 15 September uit Indie vertrekkende, zal boven en behalve de hem gewoonlijk verstrekte kleeding, ten minste ééne dubbele deken bekomen, en hij zal daarvan gebruik kunnen maken, zoo lang het schip zich buiten de keerkringen bevindt. ARTIKEL XIV. Elk schip, dat emigranten vervoert, moet een Europeschen heelkundige en een tolk aan boord hebben. De gezagvoerders van schepen, die emigranten vervoeren, zullen verpligt zijn zich met elk pakket, dat hun door den Britschen agent in de haven van inscheping voor den Britschen Consulairen agent in de haven van bestemming wordt ter hand gesteld, te belasten, om het terstond bij aankomst bij het koloniale Bestuur af te geven. ARTIKEL XV. Op elk schip bestemd voor het vervoer van emigranten uit de havens van Calcutta, Madras en Bombay, of eenige andere havens in Britsch Indie, die later door de Regering van Indie zullen aangewezen worden voor de inscheping van emigranten, zullen de emigranten, hetzij tusschendeks, hetzij bovendeks, in stevig bevestigde, geheel overdekte kajuiten, eene ruimte bezitten uitsluitend voor hun gebruik bestemd. Kajuiten en ruimte tusschendeks zullen op de geheele oppervlakte eene hoogte hebben van niet minder dan zes (6) voet, Engelsche maat. Geen vak zal meer dan één volwassen emigrant mogen bevatten op elke twaalf (12) voet, Engelsche maat, oppervlakte, op dek, en op elke kubieke ruimte van twee en zeventig (72) voet, Engelsche maat. Een emigrant boven den leeftijd van tien jaar zal voor een volwassene gerekend worden, en twee kinderen, tusschen één en tien jaar oud, zullen voor één volwassene gerekend worden. Op elk schip, dat emigranten vervoert, zal eene bepaalde en afgezonderde ruimte tot hospitaal worden ingerigt. Vrouwen en kinderen zullen op het schip vakken bezetten verschillend en afgezonderd van die voor de eenloopende gezellen. ARTIKEL XVI. Bij elke verscheping van emigranten zal het getal vrouwen minstens de helft bedragen van het getal mannen. Mogt later de verhouding voor de Britsche kolonien vastgesteld worden verhoogd tot boven de helft, zoo zal dezelfde maatstaf toepasselijk zijn op de Nederlandsche kolonie. ARTIKEL XVII. De Britsche agent zal bij de inscheping, op alle redelijke uren, het regt hebben om toegelaten te worden tot elk gedeelte van de schepen, hetwelk voor het gebruik van emigranten is ingerigt. C Page 296 Page 295 Page 295 Page 296 Page 296 Page 296
Baseline (Original)
5 4. If he consents to contract a new engage- ment, he will be entitled to a bounty, and will retain his right to a return passage at the expiration of such second engagement. 5. Any immigrant who has completed his engagement in the Dutch Colony shall be at liberty, instead of either remaining in the Colony or returning to India, to remove to any other Colony or Country at his own expense, The right of the immigrant to a return- passage extends to his wife, and to his children who quitted India under the age of ten years, as well as to those born in the Colony. ARTICLE X. The immigrant shall not be bound to work more than six days in seven, nor more than nine hours and a half a day. The conditions: of task-work, and every other kind of regulation for work, shall be freely arranged with the labourer. The obligation to provide, on holidays, for the care of animals and the necessities of daily life, shall not be considered as work. ARTICLE XI. The arrangements which precede the departure of the emigrants shall be con- formable to those prescribed by the Regula- tions for the British Colonies. ARTICLE XII. In the ports of embarkation, the emigrants shall be at liberty, conforming to the regu- lations of police relative to such establish- ments, to leave the depôts, or other place in which they may be lodged, in order to com- municate with the British Agents, who, on their part, may, at any reasonable hour, visit the places in which the emigrants are collected or lodged. ARTICLE XIII. Emigrants may leave India for the Colony of Surinam at any time of the year in vessels using steam-power; but by sailing-vessels only from the 1st of August to the 15th of March. Every emigrant sailing from India between the 1st of March and the 15th of September shall receive at least one double blanket over and above the clothing usually allowed to him, and may make use of it so long as the vessel is outside of the tropics. 4. Indien hij genegen is tot het aangaan van eene nieuwe verbindtenis, heeft hij regt op eene premie en behoudt hij het regt op vrije terugreis na den afloop dezer tweede verbindtenis. 5. Aan ieder immigrant, die zijn diensttijd in de Nederlandsche Kolonie zal volbragt hebben, zal het vrijstaan in plaats van hetzij in de Kolonie te blijven, hetzij naar Indie terugtekeeren, op zijne eigene kosten zich naar eene andere Kolonie of een ander land te begeven. Het regt van vrije terugreis van den immigrant strekt zich uit tot zijne vrouw, tot zijne kinderen, die Indie verlaten zullen hebben beneden de 10 jaren, en tot die, welke in de Kolonie zullen geboren zijn. ARTIKEL X. De immigranten zullen niet verpligt kunnen worden meer te werken dan zes dagen van de zeven, en meer dan negen en een half uur per dag. De voorwaarden van het werken op taak en elke andere soort van regeling, het werk betreffende, zullen vrijelijk met den werkman geregeld worden. De verpligting om, op feestdagen, zorg te dragen voor de verple- ging van dieren en de behoeften van het dagelijksch leven, zal niet als arbeid be- schouwd worden. ARTIKEL XI. De schikkingen, die het vertrek van de emigranten voorafgaan, zullen gelijk zijn aan die, welke door de bepalingen voor de Britsche kolonien zijn voorgeschreven. ARTIKEL XII. In de havens van inscheping zullen de emigranten de vrijheid hebben, met inacht- neming der politie-verordeningen op zulke inrigtingen, de depôts of elke andere plaats, waar zij mogten zijn gehuisvest, te verlaten, ten einde zich met de Britsche agenten in gemeenschap te kunnen stellen, welke op hunne beurt, op elk redelijk uur, de plaatsen, waar de emigranten opgenomen of gehuis- vest zijn, kunnen bezoeken. ARTIKEL XIII. Emigranten mogen in elk jaargetijde, met schepen van stoomvermogen voorzien, uit Indie naar de kolonie Suriname vertrekken, maar met zeilschepen alleen van 1 Augustus tot 15 Maart. Elke emigrant tuschen I Maart en 15 September uit Indie vertrekkende, zal boven en behalve de hem gewoonlijk verstrekte kleeding, ten minste ééne dubbele deken bekomen, en hij zal daarvan gebruik kunnen maken, zoo lang het schip zich buiten de keerkringen bevindt. ARTICLE XIV. Every emigrant-vessel must carry a European surgeon and an interpreter. The captains of emigrant-vessels shall be bound to take charge of any despatch which may be delivered to them by the British Agent at the port of embarkation for the British Consular Agent at the port of desti- nation, and to deliver it to the Colonial Government immediately after his arrival. ARTICLE XV. In every vessel employed for the convey-. ance of emigrants from the ports of Calcutta, Madras, and Bombay, or any other ports in British India which shall hereafter be appointed by the Government of India for the embarkation of emigrants, the emigrants shall occupy either between decks, or in cabins on the upper deck, firmly secured and entirely covered in, a space devoted to their exclusive use. Such cabins and space between decks shall in every part have a height of not less than six (6) feet English measure. No compartment shall take more than one adult emigrant for every twelve (12) superficial feet, English measure, on deck, and for every cubic space of seventy-two (72) feet English measure. An emigrant above the age of ten years shall count as an adult, and two children from one to ten years of age shall count as one adult. A distinct and separate place shall be fitted up for a hospital in every emigrant ship. Women and children shall occupy com- partments of the vessel distinct and separate from those of the single men. ARTICLE XVI Each shipment of emigrants shall include a proportion of women equal to at least one half of the number of men. Should the proportion fixed for the British Colonies be hereafter raised above one half, the same rate shall apply to the Netherland Colony, ARTICLE XVII. The British Agents, at the embarkation, shall have, at all reasonable times, the right of access to every part of the ships which is appropriated to the use of emigrants. [49] ARTIKEL XIV. Elk schip, dat emigranten vervoert, moet een Europeschen heelkundige en een tolk aan boord hebben. De gezagvoerders van schepen, die emi- granten vervoeren, zullen verpligt zijn zich met elk pakket, dat hun door den Britschen agent in de haven van inscheping voor den Britschen Consulairen agent in de haven van bestemming wordt ter hand gesteld, te belasten, om het terstond bij aankomst bij het koloniale Bestuur aftegeven. ARTIKEL XV. Op elk schip bestemd voor het vervoer van emigranten uit de havens van Calcutta, Madras en Bombay, of eenige andere havens in Britsch Indie, die later door de Regering van Indie zullen aangewezen worden voor de inscheping van emigranten, zullen de emi- granten, hetzij tusschendeks, hetzij boven- deks, in stevig bevestigde, geheel overdekte kajuiten, eene ruimte bezitten uitsluitend Voor bun gebruik bestemd. kajuiten en ruimte tusschendeks zullen op de geheele oppervlakte eene hoogte hebben van niet minder dan zes (6) voet, Engelsche maat. Bedoelde Geen vak zal meer dan één volwassen emigrant mogen bevatten op elke twaalf (12) voet, Engelsche maat, oppervlakte, op dek, en op elke kubieke ruimte van twee en zeventig (72) voet, Engelsche maat. Een emigrant boven den leeftijd van tien jaar zal voor een volwassene gerekend wor- den, en twee kinderen, tusschen één en tien jaar oud, zullen voor één volwassene gerekend worden. Op elk schip, dat emigranten vervoert, zal eene bepaalde en afgezonderde ruimte tot hospitaal worden ingerigt. Vrouwen en kinderen zullen op het schip vakken bezetten verschillend en afgezonderd van die voor de eenloopende gezellen. ARTIKEL XVI. Bij elke verscheping van emigranten zal het getal vrouwen minstens de helft bedragen van het getal manuen. Mogt later de ver. houding voor de Britsche kolonien vastge. steld, worden verhoogd tot boven de helft, zoo zal dezelfde maatstaf toepasselijk zijn op de Nederlandsche kolonie. ARTIKEL XVII. De Britsche agent zal bij de inscheping, op alle redelijke uren, het regt hebben om toegelaten te worden tot elk gedeelte van de schepen, hetwelk voor het gebruik van emigranten is ingerigt. C 295
2026-05-20 22:07:12 · Baseline
View content

5

4. If he consents to contract a new engage- ment, he will be entitled to a bounty, and will retain his right to a return passage at the expiration of such second engagement.

5. Any immigrant who has completed his engagement in the Dutch Colony shall be at liberty, instead of either remaining in the Colony or returning to India, to remove to any other Colony or Country at his own expense,

The right of the immigrant to a return- passage extends to his wife, and to his children who quitted India under the age of ten years, as well as to those born in the Colony.

ARTICLE X.

The immigrant shall not be bound to work more than six days in seven, nor more than nine hours and a half a day.

The conditions: of task-work, and every other kind of regulation for work, shall be freely arranged with the labourer. The obligation to provide, on holidays, for the care of animals and the necessities of daily life, shall not be considered as work.

ARTICLE XI.

The arrangements which precede the departure of the emigrants shall be con- formable to those prescribed by the Regula- tions for the British Colonies.

ARTICLE XII.

In the ports of embarkation, the emigrants shall be at liberty, conforming to the regu- lations of police relative to such establish- ments, to leave the depôts, or other place in which they may be lodged, in order to com- municate with the British Agents, who, on their part, may, at any reasonable hour, visit the places in which the emigrants are collected or lodged.

ARTICLE XIII.

Emigrants may leave India for the Colony of Surinam at any time of the year in vessels using steam-power; but by sailing-vessels only from the 1st of August to the 15th of March.

Every emigrant sailing from India between the 1st of March and the 15th of September shall receive at least one double blanket over and above the clothing usually allowed to him, and may make use of it so long as the vessel is outside of the tropics.

4. Indien hij genegen is tot het aangaan van eene nieuwe verbindtenis, heeft hij regt op eene premie en behoudt hij het regt op vrije terugreis na den afloop dezer tweede verbindtenis.

5. Aan ieder immigrant, die zijn diensttijd in de Nederlandsche Kolonie zal volbragt hebben, zal het vrijstaan in plaats van hetzij in de Kolonie te blijven, hetzij naar Indie terugtekeeren, op zijne eigene kosten zich naar eene andere Kolonie of een ander land te begeven.

Het regt van vrije terugreis van den immigrant strekt zich uit tot zijne vrouw, tot zijne kinderen, die Indie verlaten zullen hebben beneden de 10 jaren, en tot die, welke in de Kolonie zullen geboren zijn.

ARTIKEL X.

De immigranten zullen niet verpligt kunnen worden meer te werken dan zes dagen van de zeven, en meer dan negen en een half uur per dag.

De voorwaarden van het werken op taak en elke andere soort van regeling, het werk betreffende, zullen vrijelijk met den werkman geregeld worden. De verpligting om, op feestdagen, zorg te dragen voor de verple- ging van dieren en de behoeften van het dagelijksch leven, zal niet als arbeid be- schouwd worden.

ARTIKEL XI.

De schikkingen, die het vertrek van de emigranten voorafgaan, zullen gelijk zijn aan die, welke door de bepalingen voor de Britsche kolonien zijn voorgeschreven.

ARTIKEL XII.

In de havens van inscheping zullen de emigranten de vrijheid hebben, met inacht- neming der politie-verordeningen op zulke inrigtingen, de depôts of elke andere plaats, waar zij mogten zijn gehuisvest, te verlaten, ten einde zich met de Britsche agenten in gemeenschap te kunnen stellen, welke op hunne beurt, op elk redelijk uur, de plaatsen, waar de emigranten opgenomen of gehuis- vest zijn, kunnen bezoeken.

ARTIKEL XIII.

Emigranten mogen in elk jaargetijde, met schepen van stoomvermogen voorzien, uit Indie naar de kolonie Suriname vertrekken, maar met zeilschepen alleen van 1 Augustus tot 15 Maart.

Elke emigrant tuschen I Maart en 15 September uit Indie vertrekkende, zal boven en behalve de hem gewoonlijk verstrekte kleeding, ten minste ééne dubbele deken bekomen, en hij zal daarvan gebruik kunnen maken, zoo lang het schip zich buiten de keerkringen bevindt.

ARTICLE XIV.

Every emigrant-vessel must carry a European surgeon and an interpreter.

The captains of emigrant-vessels shall be bound to take charge of any despatch which may be delivered to them by the British Agent at the port of embarkation for the British Consular Agent at the port of desti- nation, and to deliver it to the Colonial Government immediately after his arrival.

ARTICLE XV.

In every vessel employed for the convey-. ance of emigrants from the ports of Calcutta, Madras, and Bombay, or any other ports in British India which shall hereafter be appointed by the Government of India for the embarkation of emigrants, the emigrants shall occupy either between decks, or in cabins on the upper deck, firmly secured and entirely covered in, a space devoted to their exclusive use. Such cabins and space between decks shall in every part have a height of not less than six (6) feet English measure.

No compartment shall take more than one adult emigrant for every twelve (12) superficial feet, English measure, on deck, and for every cubic space of seventy-two (72) feet English measure.

An emigrant above the age of ten years shall count as an adult, and two children from one to ten years of age shall count as one adult.

A distinct and separate place shall be fitted up for a hospital in every emigrant ship.

Women and children shall occupy com- partments of the vessel distinct and separate from those of the single men.

ARTICLE XVI

Each shipment of emigrants shall include a proportion of women equal to at least one half of the number of men. Should the proportion fixed for the British Colonies be hereafter raised above one half, the same rate shall apply to the Netherland Colony,

ARTICLE XVII.

The British Agents, at the embarkation, shall have, at all reasonable times, the right of access to every part of the ships which is appropriated to the use of emigrants.

[49]

ARTIKEL XIV.

Elk schip, dat emigranten vervoert, moet een Europeschen heelkundige en een tolk aan boord hebben.

De gezagvoerders van schepen, die emi- granten vervoeren, zullen verpligt zijn zich met elk pakket, dat hun door den Britschen agent in de haven van inscheping voor den Britschen Consulairen agent in de haven van bestemming wordt ter hand gesteld, te belasten, om het terstond bij aankomst bij het koloniale Bestuur aftegeven.

ARTIKEL XV.

Op elk schip bestemd voor het vervoer van emigranten uit de havens van Calcutta, Madras en Bombay, of eenige andere havens in Britsch Indie, die later door de Regering van Indie zullen aangewezen worden voor de inscheping van emigranten, zullen de emi- granten, hetzij tusschendeks, hetzij boven- deks, in stevig bevestigde, geheel overdekte kajuiten, eene ruimte bezitten uitsluitend Voor bun gebruik bestemd. kajuiten en ruimte tusschendeks zullen op de geheele oppervlakte eene hoogte hebben van niet minder dan zes (6) voet, Engelsche

maat.

Bedoelde

Geen vak zal meer dan één volwassen emigrant mogen bevatten op elke twaalf (12) voet, Engelsche maat, oppervlakte, op dek, en op elke kubieke ruimte van twee en zeventig (72) voet, Engelsche maat.

Een emigrant boven den leeftijd van tien jaar zal voor een volwassene gerekend wor- den, en twee kinderen, tusschen één en tien jaar oud, zullen voor één volwassene gerekend worden.

Op elk schip, dat emigranten vervoert, zal eene bepaalde en afgezonderde ruimte tot hospitaal worden ingerigt.

Vrouwen en kinderen zullen op het schip vakken bezetten verschillend en afgezonderd van die voor de eenloopende gezellen.

ARTIKEL XVI.

Bij elke verscheping van emigranten zal het getal vrouwen minstens de helft bedragen van het getal manuen. Mogt later de ver. houding voor de Britsche kolonien vastge. steld, worden verhoogd tot boven de helft, zoo zal dezelfde maatstaf toepasselijk zijn op de Nederlandsche kolonie.

ARTIKEL XVII.

De Britsche agent zal bij de inscheping, op alle redelijke uren, het regt hebben om toegelaten te worden tot elk gedeelte van de schepen, hetwelk voor het gebruik van emigranten is ingerigt.

C

295

Comments

Approved members can add comments, bookmarks, and private notes.

No comments yet.

Private Research Note

Private notes are available after approval.